top of page
  • Facebook
  • Instagram

De paardensector: een economische kracht met uitdagingen.

  • 27 jan
  • 2 minuten om te lezen

De paardensector is veel meer dan sport, passie en traditie. Dat blijkt duidelijk uit het recente onderzoek van professor dokter Stijn Van Ormelingen, die het economische belang van de paardensector in België grondig onder de loep nam en zijn bevindingen toelichtte aan de sector zelf. De resultaten tonen een sector die economisch van groot belang is, maar tegelijk onder stevige druk staat.


In zijn onderzoek maakte professor Van Ormelingen een onderscheid tussen directe en indirecte activiteiten binnen de paardensector. Tot de directe activiteiten behoren onder meer fokkerijen, maneges en paardenpensions. Deze vormen het kloppend hart van de sector en zorgen voor een aanzienlijke tewerkstelling en omzet.

Opvallend is dat de grootste hippische entiteiten zich vooral in het centrum van het land bevinden, terwijl de sector in zijn geheel verspreid ligt over het grootste deel van Vlaanderen. Die brede geografische spreiding onderstreept hoe diep de paardensector verankerd is in het Vlaamse platteland en de lokale economie.

Toch is er ook een schaduwzijde. De winstgevendheid van veel ondernemingen staat onder druk. Zo rapporteert ongeveer een kwart van de bedrijven een negatieve EBITDA, terwijl slechts 50 tot 60 procent winstgevend is. Dit maakt duidelijk dat het economisch draagvlak van veel paardenbedrijven fragiel is.


Naast de zichtbare, directe activiteiten is er een uitgebreide groep indirecte spelers die mee draaien op de kracht van de paardensector. Denk aan producenten van paardenvoeding, dierenartsen en dierenklinieken, hoefsmeden en gespecialiseerde ruitersportzaken. Vooral dierenartsen, dierenklinieken en hoefsmeden nemen een prominente plaats in wat betreft omzet.

In totaal zorgen deze indirecte activiteiten voor meer dan 6.000 arbeidsplaatsen en realiseren ze samen een omzet van 1,43 miljard euro. Voor dierenartsen alleen al komt 14,7 procent van hun inkomen uit de paardensector. Dat cijfer illustreert hoe belangrijk paarden zijn voor een veel bredere economische keten dan vaak wordt gedacht.


Ook op internationaal vlak laat de Belgische paardensector zich gelden. Met een jaarlijkse exportwaarde van meer dan 200 miljoen euro is de sector een significante speler op de wereldmarkt. Vooral de sterke groei van de export naar de Verenigde Staten springt daarbij in het oog.

Wanneer men de volledige sector bekijkt, blijkt dat de economische impact ongeveer gelijk verdeeld is: zo’n 50 procent komt uit directe activiteiten zoals maneges, pensions en fokkerijen, en 50 procent uit de indirecte activiteiten. Samen zorgen zij voor een sterke bijdrage aan tewerkstelling en omzet in Vlaanderen.


Tegelijk blijft de uitdaging groot. De paardensector is van nature arbeidsintensief en vraagt dagelijks veel manuren. Daarbovenop komen de hoge kosten voor onderhoud, verzorging en voeding per paard. Deze combinatie zet de marges onder druk en maakt het realiseren van duurzame winst een moeilijke oefening.

Het onderzoek van professor Van Ormelingen toont duidelijk aan dat de paardensector een economisch belangrijke pijler is voor Vlaanderen, met een sterke internationale uitstraling. Tegelijk wordt de sector geconfronteerd met structurele uitdagingen op het vlak van winstgevendheid. De komende jaren zullen cruciaal zijn om te zoeken naar een evenwicht tussen passie, kwaliteit en economische duurzaamheid.

 
 
bottom of page