OPINIE: De commercie jaagt de fokkerij richting een tikkende tijdbom.
- Peeke
- 3 dec 2025
- 2 minuten om te lezen
In de warmbloedfokkerij voltrekt zich de voorbije jaren een stille, maar zorgwekkende verschuiving. Waar fokbeleid ooit gebouwd was op gezondheid, duurzaamheid en een lange sportcarrière, lijken commerciële belangen stilaan het roer volledig te hebben overgenomen. Duitsland en Nederland traditioneel de bakermat van hoogwaardige dressuurpaarden zijn daar vandaag het scherpste voorbeeld van. En wat we zien, stemt allerminst gerust.
Tijdens de hengstenkeuringen worden jonge hengsten naar voren geschoven als beloftes voor de toekomst. Ze presenteren spectaculair, bewegen indrukwekkend en worden voor torenhoge bedragen afgeslagen op veilingen. Maar achter de marketingglans gaat vaak een pijnlijk gebrek aan transparantie schuil. Medische dossiers verdwijnen zodra de hengst verkocht en goedgekeurd is. Röntgenfoto’s? Niet meer te raadplegen. Luchtwegstatus, straalbeenkwaliteit, OCD-geschiedenis? Onvindbaar. Waar een serieuze fokker vooral wil weten hoe gezond een hengst werkelijk is, blijft hij vandaag achter met glitterfoldertjes en verkooppraatjes.
Het wordt nog problematischer wanneer hengsten die bij het ene stamboek terecht worden afgekeurd wegens erfelijke of vermoedelijk erfelijke aandoeningen bij een ander stamboek doodleuk wél goedgekeurd worden. Voorbeelden zijn er genoeg: OCD in knie of sprong, cornage, afwijkingen die elk verantwoordelijk fokbeleid meteen zouden moeten uitsluiten. Maar commerciële belangen zijn groot en de druk om populaire bloedlijnen in de markt te duwen nóg groter. Het resultaat? Een toenemende verspreiding van problematische genetiek door de hele populatie.
Wie hengsten enkele jaren opvolgt vanaf de keuringsbanen tot in de sport ziet een confronterend patroon: hengsten die als driejarige al duidelijke radiografische bevindingen hadden, krijgen toch royaal dektoelating. Sommigen worden zelfs ware hype-hengsten. Het economische systeem beloont kortademige selectie boven duurzame fokpraktijken. De winnaar op korte termijn is de hengstenhouder. De verliezers op lange termijn? Fokkers, ruiters, paarden… en de hele sport.
Het hoeft nochtans niet zo te zijn. Een stamboek als het BWP bewijst hoe het ook kan: een strenge, transparante veterinair-technische eerste fase, uitgevoerd door de Universiteit Gent, met röntgenonderzoek, larynxcopie, cardio-auscultatie en een harde lijn tegen erfelijke afwijkingen. Het levert een kleinere selectie op, zeker. Maar het levert ook een fokbasis op die wél betrouwbaarder, gezonder en sportduurzamer is. Een hengst die door die zeef raakt, kan tenminste met vertrouwen gebruikt worden.
De vraag die de internationale sportpaardenfokkerij zich dringend moet durven stellen, is simpel:
Wat willen we eigenlijk fokken? Paarden die op vijfjarige leeftijd indrukwekkend presenteren? Of paarden die op vijftienjarige leeftijd nog Grand Prix lopen?
Zolang commerciële logica het haalt van genetische en veterinaire rationaliteit, bouwen we aan een fragiel paard met een korte houdbaarheidsdatum. Een tikkende tijdbom voor de sport. Het is tijd dat stamboeken, hengstenhouders en kopers hun verantwoordelijkheid opnemen. Transparantie is geen luxe. Gezondheid is geen detail. En duurzaamheid zou geen bijzaak mogen zijn in een wereld die beweert het beste voor het paard te willen.
De fokkerij verdient beter. Het paard verdient beter. En de toekomst van onze sport hangt er van af.
(RH)





