De Opinie: Wedstrijden op elkaar afstemmen: hoe moeilijk kan het zijn?
- 7 aug
- 4 minuten om te lezen
Met het WK in Aken voor de boeg, het Belgisch Kampioenschap voor jonge paarden in Gesves én momenteel het WK voor jonge dressuurpaarden in volle gang, is het een bijzonder drukke dressuurzomer. Of beter gezegd: een dressuurmarathon van twee weken waarin opvallend weinig rekening lijkt te zijn gehouden met de kalender van de andere organisatoren.
Wie dacht dat een wedstrijdkalender bedoeld was om sporters, paarden én supporters enigszins ademruimte te geven, komt deze zomer bedrogen uit. Want terwijl de ene organisatie haar eigen planning maakt, lijkt de andere vooral voor haar eigen deur te vegen.
Neem het Belgisch Kampioenschap voor jonge paarden, traditioneel georganiseerd in Gesves. Dit jaar valt het evenement volledig samen met het WK in Aken. De reactie vanuit de organisatie was voorspelbaar: er zijn uiteindelijk maar vier Belgische ruiters die in Aken deelnemen en wellicht zouden slechts één of twee van hen ook aan het Belgisch Kampioenschap hebben meegedaan.
Maar daar gaat het eigenlijk helemaal niet om.
Het gaat om de sport, de beleving en de supporters.
Als echte dressuurliefhebber wil je een wereldkampioenschap in Aken toch niet missen? Hoeveel jaar gaan we nog moeten wachten voordat in de tempel van de Europese paardensport opnieuw een evenement van dit kaliber wordt georganiseerd? En wanneer je als Belgische sportliefhebber bovendien een nationaal team kunt aanmoedigen dat niet alleen voor de eer, maar zelfs voor een individuele medaille kan strijden en team resultaat, wordt die keuze er bepaald niet eenvoudiger op.
De nationale federatie roept supporters zelfs op om onze Belgische ruiters in Aken massaal te komen aanmoedigen. Terecht. Maar hoe hadden zij dat voor zich gezien wanneer een deel van diezelfde sportliefhebbers op hetzelfde moment in Gesves verwacht wordt?
Laten we de kat een kat noemen: zou men dit bij het springen ook zomaar accepteren?
Stel dat het Belgisch Kampioenschap springen voor jonge paarden gelijktijdig zou plaatsvinden met een groot internationaal springkampioenschap in Aken. Zouden we dan ook zeggen: ach, er rijden daar maar een paar Belgen mee, dus dat valt wel mee?
Waarschijnlijk zouden er meteen vragen worden gesteld. En terecht.
Het gemiste moment
Misschien was dit bovendien hét moment geweest om eens iets anders te proberen.
Al jaren klinken er kritische stemmen over de locatie en het concept van het Belgisch Kampioenschap dressuur in Gesves. Voor dressuur is het immers een binnenwedstrijd en het evenement voelt op sommige vlakken nog altijd als het dressuurluik van een infrastructuur die vooral rond het springen is opgebouwd.
Was dit dan niet het ideale jaar geweest om eens te onderzoeken of het Belgisch Kampioenschap jonge paarden op een andere locatie kon plaatsvinden? Of om het los te koppelen van het springprogramma, zodat er bijvoorbeeld ruimte was voor een volwaardige outdoorwedstrijd?
Een drukke internationale kalender is geen natuurwet. Een kalender wordt gemaakt. En precies daarom kan er ook worden gezocht naar betere oplossingen.
Dit was misschien wel het jaar geweest om iets uit te proberen.
Maar het probleem stopt niet aan de Belgische grens.
Ook internationaal: ieder voor zich
Op internationaal niveau zien we namelijk precies hetzelfde fenomeen.
Het WK voor jonge dressuurpaarden in Verden is momenteel aan de gang en valt ongelukkig genoeg pal in de aanloop naar het WK in Aken. Er zijn ruiters die aan beide evenementen deelnemen. Dat betekent dat zij in een bijzonder korte periode twee absolute topprestaties moeten leveren, met twee paarden, op twee verschillende locaties die bovendien honderden kilometers van elkaar verwijderd zijn.
Hoe bereid je je dan optimaal voor op een wereldkampioenschap?
Hoe zorg je ervoor dat je paard fysiek en mentaal klaar is? Hoe plan je de training? Wanneer reis je? Wanneer doe je de veterinaire controle? Wanneer neem je rust? En vooral: hoe voorkom je dat het ene kampioenschap het andere beïnvloedt?
Verden en Aken liggen niet bepaald om de hoek. Het gaat om een kleine 400 kilometer. Dat is geen verplaatsing die je er zomaar even tussendoor neemt wanneer je tegelijkertijd op topniveau moet presteren.
Natuurlijk zullen de absolute topruiters en hun teams daar oplossingen voor vinden. Zij beschikken over de mensen, paarden en middelen om ingewikkelde planningen enigszins werkbaar te maken.
Maar is het echt nodig om het zo ingewikkeld te maken?
Wie denkt er aan de liefhebber?
En dan is er nog een groep die in dit verhaal gemakkelijk wordt vergeten: de supporter.
Want ook voor het publiek is deze opeenstapeling van evenementen bijzonder lastig. Wie de paardensport op de voet volgt, wil Aken meemaken. Wie jonge paarden een warm hart toedraagt, wil het WK in Verden volgen. En wie Belgische sporters wil steunen, wil natuurlijk ook naar het Belgisch Kampioenschap.
Maar je kunt nu eenmaal niet op drie plaatsen tegelijk zijn.
En misschien is dat nog wel het meest frustrerende: dat het allemaal evenementen zijn die elkaar eigenlijk zouden moeten versterken.
Een goed afgestemde kalender kan ervoor zorgen dat de paardensportliefhebber een hele periode lang wordt ondergedompeld in topsport. Nu dreigt het tegenovergestelde: evenementen concurreren met elkaar om aandacht, publiek, media en deelnemers.
Dat is jammer. Niet alleen voor de ruiters, maar voor de hele sport.
Professioneel plannen is vooruitkijken
Niemand beweert dat het eenvoudig is om een internationale sportkalender te organiseren. Wedstrijden worden jaren vooraf gepland, locaties zijn beperkt beschikbaar en internationale federaties, nationale bonden en organisatoren hebben allemaal hun eigen belangen.
Maar precies daarom is overleg zo belangrijk.
Wanneer verschillende kampioenschappen elkaar zo dicht op de huid zitten, mag je toch verwachten dat organisatoren en federaties vooraf met elkaar rond de tafel zitten.
Want uiteindelijk is er maar één gemeenschappelijk belang: de paardensport.
Ofwel is er bij het plannen van deze kalender onvoldoende over nagedacht, ofwel heeft iedereen vooral naar zijn eigen evenement gekeken. Geen van beide scenario's getuigt volgens ons van de professionele aanpak die de paardensport verdient.
Wedstrijden op elkaar afstemmen: hoe moeilijk kan het zijn?
Blijkbaar moeilijker dan het zou moeten zijn.
RH





