De Opinie: Muesli of brok, voeren we onze paarden of vooral onze ogen?
Muesli oogt natuurlijk, kleurrijk en smakelijk. Maar is het ook werkelijk gezonder dan een traditionele paardenbrok? Achter de aantrekkelijke presentatie van paardenvoeding schuilt een wetenschappelijke werkelijkheid die heel wat genuanceerder is dan sommige reclameboodschappen doen vermoeden.
De aantrekkingskracht van muesli
Wie vandaag door een paardenvoederwinkel loopt, merkt onmiddellijk hoe sterk de markt is veranderd. Waar vroeger vooral haver en traditionele brokken werden gevoerd, vinden we tegenwoordig een enorm assortiment aan muesli's, vaak met zichtbare granen, luzerne, kruiden, oliehoudende zaden en andere ingrediënten.
Het ziet er aantrekkelijk uit. Soms zelfs zo aantrekkelijk dat je bijna zou vergeten dat het om paardenvoeding gaat.
Ook op sociale media wordt muesli regelmatig voorgesteld als een natuurlijker, smakelijker en gezonder alternatief voor brokken. Maar klopt die redenering wetenschappelijk?
Het korte antwoord is nee: er bestaat geen overtuigend wetenschappelijk bewijs dat muesli als voedervorm in het algemeen gezonder is dan een goed samengestelde brok.
Beide voedervormen hebben specifieke eigenschappen, voordelen en beperkingen. Het werkelijke verschil wordt vooral bepaald door hun samenstelling, verwerking en de manier waarop ze in het totale rantsoen worden gebruikt.
Een mooie muesli is niet noodzakelijk betere voeding
Het grootste commerciële voordeel van muesli is meteen duidelijk: je kunt de verschillende ingrediënten herkennen.
Bij een brok is dat onmogelijk. De grondstoffen worden gemalen, gemengd en vervolgens samengeperst.
Maar betekent dat dat de kwaliteit van een brok minder is?
Integendeel. Een brok kan worden samengesteld uit dezelfde hoogwaardige ingrediënten als een muesli. Bovendien kunnen nauwkeurig afgewogen hoeveelheden aminozuren, vitaminen, mineralen, sporenelementen, vezelbronnen en vetten worden verwerkt in een uniforme samenstelling.
Dat biedt belangrijke mogelijkheden om een rantsoen nauwkeurig af te stemmen op de behoeften van een sportpaard, fokmerrie of jong paard.
Een ander voordeel van brokken is dat het paard minder gemakkelijk bepaalde ingrediënten kan selecteren en andere laat liggen.
Bij muesli bestaat die mogelijkheid wel. Sommige paarden eten eerst de smakelijkste bestanddelen en laten vezelrijke onderdelen of kleine voederkorrels achter. Wanneer daarin een belangrijk deel van de vitaminen- en mineralenpremix zit, kan dat de werkelijke opname beïnvloeden.
Daar staat tegenover dat ook muesli uitstekend en volledig uitgebalanceerd kan worden samengesteld.
De kwaliteit zit dus niet in de herkenbaarheid van de ingrediënten, maar in hun voedingswaarde, verteerbaarheid, onderlinge verhouding en daadwerkelijke opname.
Moet een paard langer kauwen op muesli?
Hier heeft muesli wel degelijk een mogelijk voordeel.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat bepaalde muesli's langzamer worden opgenomen dan klassieke brokken.
Een studie uit 2017, gepubliceerd in het Journal of Animal Physiology and Animal Nutrition, vergeleek het eetgedrag van sportpony's en warmbloedpaarden die muesli, vezelrijke brokken of haver kregen.
Bij de warmbloedpaarden bedroeg de gemiddelde opnametijd 10,3 minuten per kilogram droge stof voor brokken, tegenover 13 minuten voor muesli.
Een interessant verschil, want langer kauwen kan bijdragen aan een hogere speekselproductie. Paardenspeeksel bevat bicarbonaat, dat helpt bij de buffering van maagzuur.
Maar ook hier is voorzichtigheid nodig.
De onderzochte voeders verschilden niet uitsluitend in structuur, maar ook in chemische samenstelling. Het onderzoek bewijst dus niet dat iedere muesli automatisch meer kauwactiviteit of speeksel veroorzaakt dan iedere brok.
Bovendien hebben de grootte en hardheid van een brok zelf invloed op het kauwgedrag.
En vooral: het grootste aandeel in de dagelijkse kauwactiviteit van een paard hoort afkomstig te zijn van voldoende langstengelig ruwvoer.
Een paard dat dagelijks voldoende goed hooi krijgt, heeft voor zijn natuurlijke kauwbehoefte veel meer aan dat ruwvoer dan aan de keuze tussen twee soorten krachtvoer.
Verteerbaarheid: de onderschatte kracht van verwerking
Een bijzonder interessant onderdeel van paardenvoeding is de manier waarop grondstoffen worden verwerkt.
Granen zoals maïs en gerst bevatten zetmeel dat, afhankelijk van de graansoort en de bewerking, niet altijd even gemakkelijk in de dunne darm wordt verteerd.
Door thermische of hydrothermische verwerking kan de structuur van zetmeel veranderen. Daardoor kunnen verteringsenzymen het gemakkelijker bereiken.
Dat is relevant, want zetmeel dat onvoldoende in de dunne darm wordt verteerd, kan in de dikke darm terechtkomen en daar de microbiële fermentatie beïnvloeden.
Ook bij de productie van paardenbrokken kunnen dergelijke technieken worden toegepast. Wel moet een onderscheid gemaakt worden tussen gewoon persen tot pellets en intensievere procédés zoals extruderen, microniseren en stoombehandeling.
Anderzijds kunnen ook de graanvlokken in muesli een dergelijke behandeling ondergaan.
De betere verteerbaarheid is dus geen exclusieve eigenschap van brokken of muesli. Het gaat om de gebruikte grondstof én de toegepaste technologie.
Bovendien betekent sterker verwerken niet automatisch dat alle voedingsstoffen beter verteerbaar worden. Overmatige hitte kan bijvoorbeeld bepaalde vitaminen aantasten en de beschikbaarheid van sommige aminozuren verminderen.
Een goede fabrikant houdt daar rekening mee bij de productie en formulering.
Niet de vorm van het eindproduct, maar de combinatie van grondstofkwaliteit, verwerking en rantsoensamenstelling bepaalt het voedingskundige resultaat.
Een luchtigere muesli betekent niet dat je minder moet voeren
Een andere veelgemaakte denkfout heeft betrekking op het gewicht.
Muesli is vaak volumineuzer dan een compacte brok. Daardoor kan een volle voerschep muesli aanzienlijk minder wegen dan dezelfde schep gevuld met brokken.
Dat lijkt aantrekkelijk: een grote emmer voer, terwijl het paard in werkelijkheid minder kilogrammen krijgt.
Maar voedingswaarde wordt niet uitgedrukt per schep of per liter. Ze wordt bepaald per kilogram voer.
Een kilogram muesli is niet automatisch minder energierijk dan een kilogram brokken. Een muesli met veel vetrijke ingrediënten kan zelfs een hogere energiedichtheid hebben dan bepaalde brokken.
Wie uitsluitend op basis van het volume voert, riskeert bovendien onvoldoende voedingsstoffen toe te dienen.
Dat geldt ook voor vitaminen, mineralen en sporenelementen. Deze worden vaak berekend op basis van een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid krachtvoer.
Wanneer een paard slechts de helft daarvan krijgt, ontvangt het mogelijk ook slechts de helft van de voorziene aanvulling.
Daarom is het belangrijk om voeders af te wegen en hun samenstelling te vergelijken.
En wat met maagzweren?
Regelmatig wordt gesuggereerd dat muesli beter zou zijn voor de maaggezondheid.
Maar ook hier is de werkelijkheid complexer.
Wetenschappelijk onderzoek toont aan dat onder andere langdurige periodes zonder ruwvoer, hoge zetmeelopnames en het voermanagement belangrijke factoren zijn bij het ontstaan van maagproblemen.
Een muesli met een hoog aandeel granen en zetmeel is niet automatisch maagvriendelijker dan een vezelrijke, zetmeelarme brok.
Omgekeerd kan een zorgvuldig samengestelde muesli met veel vezels en weinig zetmeel uitstekend passen binnen een maagvriendelijk rantsoen.
Dat wordt ondersteund door de wetenschappelijke consensus rond Equine Gastric Ulcer Syndrome.
De vraag is niet of het paard muesli of brokken krijgt. De vraag is hoeveel zetmeel, suiker, vezels en vetten het werkelijk opneemt, en hoeveel en hoe frequent het ruwvoer krijgt.
Voor sportpaarden, waarbij maagproblemen relatief frequent voorkomen, is dat onderscheid bijzonder belangrijk.
Wat moeten we dan werkelijk vergelijken?
Bij de aankoop van paardenvoeding zouden paardeneigenaars veel kritischer naar de voedingskundige analyse moeten kijken.
Hoeveel verteerbare energie bevat het product? Hoe hoog liggen het zetmeel- en suikergehalte? Wat is de kwaliteit van het eiwit en hoe zit het met de essentiële aminozuren?
Welke mineralen en sporenelementen zijn aanwezig, in welke hoeveelheden en in welke vormen?
En minstens even belangrijk: hoeveel moet er dagelijks gevoerd worden om aan de behoefte van het paard te voldoen?
Ook de kwaliteit van het hooi moet in die berekening worden meegenomen.
Een goed rantsoen begint immers bij het ruwvoer. Het krachtvoer dient vervolgens om eventuele tekorten aan energie, eiwitten, vitaminen of mineralen gericht aan te vullen.
Dat kan met muesli, met brokken of in sommige gevallen met uitsluitend een geconcentreerde vitamine-mineralenbalancer naast voldoende ruwvoer.
Laat marketing geen voedingswetenschap vervangen
Er is niets mis met muesli. Integendeel, hoogwaardige muesli kan een uitstekend paardenvoeder zijn. Sommige paarden vinden het smakelijker en de structuur kan voordelen hebben voor de voederopname en kauwactiviteit.
Maar er is evenmin een wetenschappelijke reden om een hoogwaardige brok als minderwaardig te beschouwen.
Brokken bieden juist de mogelijkheid om voedingsstoffen homogeen te verdelen, selectief eten te beperken en met moderne verwerkingstechnieken een nauwkeurig uitgebalanceerd voeder te produceren.
Tegelijk kan een goedkope of slecht samengestelde brok uiteraard minder geschikt zijn dan een kwalitatieve muesli. En het omgekeerde geldt evenzeer.
Het zou dan ook verkeerd zijn om te stellen dat één voedervorm per definitie superieur is.
De belangrijkste conclusie is misschien wel de eenvoudigste: een paard heeft geen behoefte aan een mooi uitziende maaltijd, maar aan een correct samengesteld en goed verteerbaar rantsoen.
In een paardenwereld waarin influencers en marketing een steeds grotere rol spelen, verdient wetenschappelijk onderbouwde voedingsinformatie daarom meer aandacht.
Want uiteindelijk moeten we ons één vraag stellen:
Kiezen we paardenvoeding omdat ze er voor ons aantrekkelijk uitziet, of omdat we werkelijk weten wat ons paard nodig heeft?
Rudi Hendrikx – dierenarts





