top of page
  • Facebook
  • Instagram

De Opinie: Financieel hinken we ver achterop.

  • 22 jan
  • 2 minuten om te lezen

De analyse van Hippomundo over het prijzengeld van de tien best verdienende dressuurruiters en amazones leest interessant, maar nodigt vooral uit tot nuance. Dat onze landgenoot Justin Verboomen daarin op een knappe tweede plaats staat, verdient namelijk méér aandacht dan het klassement op zich doet vermoeden.


Waar de nummer één, Isabelle Werth, haar positie behaalde met niet minder dan zeven paarden, deed Verboomen dat met amper twee. Dat verschil is veelzeggend. In een sport waar kwantiteit steeds vaker een rol speelt meerdere toppaarden, meer starts, meer kansen bewijst Verboomen dat kwaliteit, efficiëntie en een doordachte aanpak nog altijd doorslaggevend kunnen zijn.

Het plaatst meteen ook een bredere vraag bij dit soort ranglijsten. Meten we hier vooral succes, of vooral volume? Prijzengeld is een objectieve parameter, maar zonder context zegt het weinig over sportieve impact. Wie met twee paarden bijna even ver raakt als iemand met een hele stal aan Grand Prix-paarden, levert in feite een prestatie van een andere orde.


Tegelijkertijd relativeert deze analyse ook de financiële realiteit van de dressuursport. In vergelijking met het springen zijn deze bedragen immers bescheiden. Daar verdiende de grootverdiener maar liefst 3,2 miljoen euro, terwijl de volledige top tien elk meer dan 1,4 miljoen euro opstreek. Cijfers die in de dressuur voorlopig onhaalbaar lijken.

Die kloof komt er niet toevallig. Springen is voor het grote publiek eenvoudiger te begrijpen, spannender om te volgen en makkelijker te verkopen aan media en sponsors. Een balk valt of niet, het resultaat is onmiddellijk duidelijk. Dressuur blijft een jurysport die kennis en interpretatie vraagt, wat de commerciële aantrekkingskracht beperkt. Minder kijkers betekent minder sponsors, en dus minder prijzengeld.


Daarnaast heeft het springen de voorbije jaren een enorme boost gekregen door private initiatieven zoals de Global Champions Tour, waar grote investeerders miljoenen pompen in evenementen en prijzengeld. Een vergelijkbaar, wereldwijd commercieel topcircuit ontbreekt in de dressuur. Die discipline blijft grotendeels afhankelijk van traditionele concoursen met beperkte budgetten.

Dat roept onvermijdelijk de vraag op: moet de FEI hier niet meer ondernemen? Het antwoord is ja al is nuance nodig. De FEI kan de kloof niet alleen dichten, maar beschikt wel over belangrijke hefbomen. Een duidelijk, herkenbaar dressuurcircuit, meer inzet op begrijpelijkheid voor het publiek, modernere wedstrijdformats en een actievere rol in commerciële ontwikkeling zouden de sport een sterker profiel kunnen geven.


Zonder die stappen dreigt dressuur sportief tot de absolute wereldtop te blijven behoren, maar financieel steeds verder achterop te hinken. De prestaties van ruiters als Justin Verboomen tonen nochtans dat het sportieve potentieel er is. Nu is het aan de structuren errond om dat potentieel ook economisch te verzilveren.


Klik hier voor naar Hippomundo te gaan.




 
 
bottom of page