De Opinie
- 2 dagen geleden
- 2 minuten om te lezen
Knappe zilveren medaille voor België in Jumping. Met dank aan de dressuurmatige scholing van de Belgische paarden.
Een zilveren medaille op het wereldkampioenschap Jumping in Aken. Laat ons daar vooral niet te snel overheen stappen: dit is een prestatie van wereldformaat. Zeker in een decor als Aken, met een stadion vol met bijna 40.000 toeschouwers, krijgt zo’n medaille een extra gouden randje.
De Duitsers waren oppermachtig. Vrijwel elke Duitse combinatie leek foutloos door het parcours te dansen en legde de lat daarmee angstaanjagend hoog. Toch hield België stand en reed het team naar een fantastische tweede plaats.
Met Thibeau Spits en Abdel Saïd als belangrijke Belgische troeven werd nog maar eens duidelijk dat topsport in de springsport niet alleen draait om spectaculaire sprongen. Wie de rondes aandachtig bekijkt, ziet iets anders dat minstens zo indrukwekkend is: de dressuurmatige opleiding van deze paarden.
En juist dáár verdient het Belgische team wat mij betreft extra credits voor.
Kijk eens goed naar de manier waarop deze paarden naar de hindernissen toe rijden. Vanuit de lijn, vóór de hindernis, naar de hand. Mooi aan de teugel, gecontroleerd in het ritme en met een constante houding. De neus netjes op zijn plaats, het paard recht voor de ruiter en vooral: dezelfde balans vóór, tijdens en na de sprong.
Daardoor oogt het allemaal bijna eenvoudig.
En juist dat is het gevaarlijke van topsport: wat er op het oog gemakkelijk uitziet, is meestal het resultaat van jarenlang trainen, opleiden en verfijnen.
Neem bijvoorbeeld de technische lijnen, zoals de afstand naar een dubbel- of driesprong. Daar lijkt het soms alsof de combinatie nauwelijks hoeft na te denken. Het paard blijft in balans, de ruiter blijft rustig en de afstanden lijken als vanzelf te ontstaan.
Maar natuurlijk gaat dat niet vanzelf.
Het ontstaat door dressuur.
Door paarden die geleerd hebben om te wachten zonder terug te vallen. Om vooruit te gaan zonder te versnellen. Om recht te blijven. Om de verbinding met de ruiter te behouden. En vooral om hun lichaam zó te gebruiken dat ze vanuit balans kunnen springen.
Wie tijd heeft, moet daarom ook de rondes van de Duitsers eens bekijken. Daar zie je eigenlijk precies hetzelfde.
Geen getrek. Geen gesleur. Geen paarden die met hun hoofd in de lucht door het parcours rennen. Geen ruiters die de laatste meters voor een hindernis nog allerlei reparatiewerk moeten verrichten.
Je ziet paarden die netjes lopen, in balans zijn en dressuurmatig topgeschoold zijn.
En misschien is dat wel één van de mooiste lessen van dit wereldkampioenschap.
Een goed springpaard is niet alleen een paard dat hoog kan springen. Een goed springpaard moet kunnen dragen, wachten, versnellen, terugkomen, recht blijven en luisteren. Pas wanneer die basis klopt, kunnen ruiter en paard op het allerhoogste niveau de technische uitdagingen van een parcours aan.
Aken liet dat opnieuw glashelder zien.
De Duitsers waren uitzonderlijk sterk. België stond daar pal achter en pakte een knappe zilveren medaille. Een resultaat waar het hele team trots op mag zijn. Maar achter die medaille zit meer dan alleen talent en moed. Er zit opleiding achter. Er zit dressuur achter. Er zit jarenlang vakmanschap achter.
En precies daarom verdient deze zilveren medaille misschien wel nóg meer waardering.
Een wereldprestatie van het Belgische jumpingteam met een flinke dosis dressuur als stille kracht achter het succes.





